Dit  Balinese souvenir uit de jaren 50 draagt eigenlijk een hele reeks aspecten in zich die de hele complexe verhouding van de Europeaan tot de Indische samenleving verbeeldt.

Enerzijds is er het romantische beeld van een leuk meisje dat glimlachend de vloer veegt, en anderzijds is er de schaars geklede ondergeschikte, die voor een paar centen haar diensten aanbiedt, terwijl ze haar ware emoties achter haar glimlach verbergt. Op die manier gezien is dit beeldje een uniek tijdsbeeld en een symbool van de koloniale samenleving van destijds. En dat is dan vastgelegd door een zeer kundige ambachtsman die zijn eigen kwaliteiten en tradities gebruikte om  diezelfde Europeaan een paar gulden uit zijn zak te kloppen.

HOUTSNIJWERK en
DIVERSEN

Dit borstbeeld stamt uit de jaren vijftig en stelt  Sri Dewih voor.

Sri Dewi is een godin die al voor de komst van het Hindoeisme bekend was , maar ze werd hartelijk opgenomen in de uitgebreide familie van Hindoe goden en godheden.

Ze is niet alleen de rijstgodin , maar ook die van de vruchtbaarheid.

Dit beeld komt vaak alleen voor , maar wordt ook wel gezien als echtgenote van het bekende echtpaar hieronder.

Opvallend  is dat je door  de hele archipel deze echtparen tegenkomt. Over de balinese bruidsbeelden (links) is niet veel bekend, maar over de javaanse versie ervan (midden) destemeer.  

Zij heten Loro Blonjo, wat zoiets betekend als "onafscheidelijk paar" en spelen een rol bij de huwelijksplechtigheid.  Op die dag  neemt het echtpaar in spe plaats links en rechts bij het voeten einde van het huwelijksbed. Zij zitten daar enige uren roerloos en ernstig. In het hindu geloof ,waar dit gebruik vandaan komt , neemt men aan dat ieder huwelijk een herbeleving is van het scheppingsverhaal. En op dat moment zijn de beide huwelijkspartners niemand minder dan Dewi Sri en Sodano, twee hindu goden. Na deze plechtigheid wordt de plaats van het echtpaar ingenomen door deze twee vervangers , de Loro Blonjo. Zijn zullen ervoor zorgen dat het huwelijk voorspoedig en kinderrijk zal zijn. Ze zullen ten allen tijde een representant blijven van zowel  het getrouwde echtpaar als hun goddelijke tegenhanger. Deze informatie komt van de website Joglosemar , een website die veel informatie over javaanse tradities bevat.   Rechts ziet u en stel voorouderbeeldjes uit Flores. Geheel anders in stijl en achtergrond  en toch weer een echtpaar.  Het huwelijk geldt dus  overal als het belangrijkste moment uit je leven. Geboorte en dood zijn van minder belang, ze zijn immers onvermijdelijk. Het huwelijk daarentegen is een keuze, een moment waarop je zowel je tradities bevestigt als je nageslacht veilig stelt. Het spreekt vanzelf dat je zo'n paar beeldjes nooit mag scheiden , want dan overkomt je groot ongeluk.

Bali
Java
Flores
Java

Balinees houtsnijwerk behoort tot het beste wat er ooit gemaakt werd. Wie Bali kent,  weet dat kunst  er overdadig wordt toegepast. Niet alleen in de dagelijkse offertjes die iedere dag weer opnieuw gemaakt worden, maar ook volop in hun architectuur, kleding,enzovoort.   Daarbij valt op dat wat wij als “Kunst” zien, daar eigenlijk als “Ambacht” wordt gezien. Dat blijkt onder andere uit het niet signeren van de werkstukken. Ook worden de werkstukken vaak door een collectief (vaak een familie) gemaakt. De oudste zoon klooft het hout, vader snijdt het stuk, de kinderen schuren, en de vrouwen doen het eventuele verven. Vaak maakt een gezin  of dorp, eenzelfde serie voorwerpen, jaar in,  jaar uit.

Garuda is misschien wel het bekendste Indonesische symbool, dankzij de nationale luchtvaartmaatschappij die zo heet.

Ook in het wapen van Indonesie komt hij voor. Hij spreekt dus nog steeds tot de verbeelding, dit rijdier van de de god Vishnu.  Als houtsnijwerk behoort hij waarschijnlijk tot de meest spectaculaire kunstuitingen.

Op dit moment staan dit soort beelden erg in de belangstelling. Het is Balinees houtsnijwerk met (de europese) Art Deco invloed. Deze beïnvloeding ontstond toen in de jaren dertig veel europese kunstenaars zich op Bali vestigden. Onder hen bevonden zich de nederlanders Willem Gerard Hofker, Rudolf Bonnet, Auke Sonninga, en de duitser Walter Spies.

Over deze stijl is onlangs een boekje verschenen van de hand van Frans Ledelmeijer met de titel: "Art Decobeelden van Bali (1930-1970)" Zoals die titel al weergeeft zijn deze beelden ook later  nog gemaakt. Nauwkeurige datering is dan ook niet eenvoudig.

Dit beeld stelt een balinese priester voor die zijn hoed opzet. Karakteristiek zijn de slanke, soepele lijnen en de verlengde vingers

 

Ook dit is Art Deco.  De lichte stylering verhoogt de expressiviteit. Ook hier slanke ledematen en verlengde vingers.  Daarnaast is de wijze waarop het textiel gedrapeerd is karakteristiek.

Een flinke neus wordt altijd gewaardeerd, het is een van de schoonheidsidealen.

 

Ook van Java komt houtsnijwerk zoals dit kistje. Het is een typisch voorbeeld van Japara snijwerk, dat altijd ongekleurd is. In Japara maakte men vooral gebruiksvoorwerpen zoals (naai)kisten en naai- en theetafels. Dit kistje is van een mooie kwaliteit en gedecoreerd met twee wayang poppen , ook toen al het symbool bij uitstek voor Indonesie. Bij menige Indische oma kom je nog Japara houtsnijwerk tegen.

 

Het snijwerk uit de nederlandse periode had  soms een keurmerk ,zoals deze.

Ook uit Japara kwam dit krantenrekje. Mogelijk heeft hier de Preangerbode wel ingezeten. Leuk aan dit rekje zijn de wapens van Nederland  en een verzonnen wapen van Indonesië, maar wel weer geflankeerd door de nederlandse leeuwen.

Dit rekje dateert uit de jaren 50.

Dit is de voet van een schemerlamp. Hij was bijzonder populair bij indische families in de jaren 60 en 70. Hij toont weer eens aan hoe inventief men is als het gaat om het toepassen van een oud ambacht op een modern gebruiksvoorwerp. Destijds beschouwde sommigen dit als kitsch, maar dan zag men de voorstelling waarschijnlijk over het hoofd. Deze bestaat uit de "Prince and Princess" of beter gezegd:  Ramah en Shinta, de twee klassieke geliefden uit de Ramayana.

 

Dit Balinese Barongmasker was een populair souvenir uit Indonesie en is dat nog steeds. Deze maskers werden gedragen door dansers die dan ook nog voorzien waren van een wilde haardos (van klapperbast) en decimeters lange nagels.

Lepel en vork leveren ook een mooi echtpaar op, zoals dit slabestek  uit  Bali laat zien. Ook voor de europese markt gemaakt

Deze javaanse miniaturen dateren uit de jaren dertig en worden nu niet meer gemaakt. Ze stellen meestal straatfiguren voor . In dit geval een Kaki Lima, een straatverkoper die op zijn portable fornuis in drie minuten een bamisoepje voor je maakt..Dit soort figuren zijn erg gezocht.  Ze zijn zeer gedetailleerd.

Twee hardhouten Balinese panelen van een rustende dame.

Het zijn mooie en intieme stukken.  De linker draagt nog tonvormige oorbellen die tot de tweede wereldoorlog in Bali gebruikelijk waren. Dat helpt bij de datering van dit werk.Rechts een kleiner paneel met dezelfde voorstelling.

Dit soort panelen zaten op het deksel van een houten doos, waarschijnlijk een medicijnkist. Mogelijk diende het houten  figuur dan om de patiënt  de arts te tonen waar de kwaal zat . Dit principe kennen we uit japan , waar zogenaamde 'medicine dolls' op dezelfde manier gebruikt werden.  

Voorouderbeelden komen in heel indonesië voor. De gewoonte deze beelden te maken, dateert uit de periode van vóór de grote godsdiensten. We noemen die periode nogal denigrerend animisme.

Ieder Indonesisch volk kent zijn eigen stijl. Hiernaast twee (recente) beelden van de Batakkers. Nu nog steeds zijn de Batakkers een trots en zelfbewuste bevolkingsgroep in Midden Sumatra. Ze waren vroeger onder meer bekend als grote tovenaars. Tovenaarsstokken zijn dan ook nu nog een gewild object bij verzamelaars.  Eigenlijk is het allemaal niet zo vreemd, die vooroudervereering. Wij zetten toch ook foto's van opa en oma op het dressoir.

Ook Bataks is deze medicijnpot. Wat hierbij opvalt is de bijna overdreven decoratie, iets wat vaker voorkomt bij hun snijkunst. Ik zie vier mannetjes en twee paardenhoofden.

Vroeger was het gebruik van een klamboenet een goed gebruik bij veel nederlanders. (En dat is het nog steeds) Zo'n haak hing hoog in de hoek van je hemelbed en je hing je klamboe erin als je die niet gebruikte, en bijvoorbeeld het bed (liet) opmaken.  Zo'n haak is door zijn vorm natuurlijk heel geschikt om te stileren in de vorm van een Naga. Deze zijn Javaans en uit de periode rond 1900.

  Als we aan lakwerk denken, denken we aan Japan en China. Maar ook in Sumatra werd lakwerk vervaardigd. Het  kwam vooral uit het gebied rond Palembang. Er zijn erg mooie voorbeelden bekend van dozen in de vorm van vruchten. De doos hiernaast is een bruidsdoos. Lakwerk werd vervaardigd door harssooorten te mengen met pigment en dat laag voor laag op te brengen op een houten ondergrond. Het was dus een erg bewerkelijk procedé.

Andere materialen

Vreemd is deze Kepengpop. In het hindoeistische Bali geldt de cirkel als een bijzondere vorm . Ze beeldt immers de cirkelgang van leven en dood uit. Daarom zijn deze chinese muntstukken zeer geschikt om een religieus voorwerp van te maken.

Die chinese munten of kepeng zijn een verhaal apart. Vanaf de dertiende eeuw tot aan de tweede wereldoorlog dienden ze als betaalmiddel in heel Azië. Dat was bijzonder praktisch . Een soort euro 'avant la lettre'. Ook het gaatje was handig ,want daar kon je een touwtje door doen en had je geen dompet nodig. Ze kwamen op zo'n grote schaal voor dat ze werden gebruikt als basimateriaal voor het bronsgieten.  

Zelfs nu nog kan je ze gewoon nog langs landweggetjes op bali vinden, ja zelfs op het toeristenstrand van Kuta. De balinezen blijven ze gebruiken voor hun offerande's en maken ze nu zelfs na. Ze zijn leuk om te verzamelen. Een webside hierover is bijvoorbeeld deze.

 

En daar hoort dan zo'n lampekap op. Gemaakt met de techniek waar wayangpoppen worden gemaakt. Van leer dus. Geeft een prachtig schijnsel op de muur.

Wanneer je uit Nieuw Guinea kwam dan had je maar weinig keuze. Zoveel souveniers waren daar destijds niet te vinden. Tegenwoordig denken we gelijk aan door papoea's gemaakte objecten, maar er waren maar weinig repatrianten die dat soort dingen meenamen. Nee, de meeste souveniers kwamen uit de toen nog woeste natuur. Dus waren de schilden van zeeschildpadden, en de verenpakjes van de paradijsvogel een meer voor de hand liggende keuze. Ook nu nog herken je soms de interieurs van de oud NNG-ers (Nieuw Guinea gangers) aan de vele schelpen en de voorliefde voor planten zoals orchideëen.

De hier getoonde voorbeelden vallen ook in de "natuur" catagorie. Boven een grote schelp van wel 35 centimeter waarin destijds heel kunstig een lampje was gemonteerd, vandaar het gat links. Het licht schijnt dan door de wand van de schelp heen en dat vond destijds veel waardering.  De onderste foto toont de "zaag" van een zaagvis. Dat vissen soms "zagen" hadden maakte vroeger veel indruk en het   verzamelen van dit soort rariteiten kent dus al een heel lange traditie. De zaagvis is overigens een haaiensoort die gelukkig nog wel vrij veel voorkomt.  Hij wordt makkelijk 3 tot 4 meter en gebruikt zijn zaag om eens lekker door een school visjes te maaien en die vervolgens op te peuzelen.

Dat er zo weinig papoeakunst is meegenomen is jammer.  Vrijwel niemand verzamelde dat destijds. Het werd vaak te grof en te primitief gevonden. Dat is niet helemaal onbegrijpelijk als je weet dat bijvoorbeeld als kleurstoffen voor het Asmat houtsnijwerk  as , klei en plantensappen werden gebruikt. De enigen die deze kunst wel verzamelden waren de paters, die ook nu nog mooie collecties hebben. Echte papouakunst uit de nederlandse periode is dus zeldzaam en duur. Tegenwoordig kijken we heel anders aan tegen dit soort kunst , en wordt ze ook op grote schaal nagemaakt, onder andere op Bali.

 

Modellen zijn altijd een geliefd souvenir. De meeste  modelhuizen komen uit Sumatra, maar deze komt uit Celebes ;het is een Toradjawoning. Let op de buffelkop boven de deur.

Er zijn ook  modellen van inheemse zeilschepen bekend.

 

Hier is hij dan, de visserman.  Wat ook hier opvalt is het realisme. Hoewel het hoofd relatief te groot is uitgevoerd ,draagt dat bij aan de expresiviteit. De houtsoort is waarschijnlijk hybiscushout.

 

Bali 1940

NAAR BOVEN
NAAR BOVEN

Wat opvalt aan deze Balinese bruidsbeelden is hun realisme.

 

Ook indisch antiek kopen?  Kijk dan in onze Indowebshop.

VERDER
NAAR BOVEN
HOME
index
de kris
top
HOME.
CONTACT.
KRONCONG.
SIRIH.
LINKS.
WEBSHOP.
INDISCH ANTIEK.
INDISCHE KOOKBOEKEN.
MANOKWARI NU.

.............onderdeel van www.indoshop.nl   .................

PRODUKTEN.

Last but not least nog iets over Banka tin. Er zijn weinig mensen bij wie het hart sneller gaat kloppen bij de aanblik van deze tinnen sigarenbus uit de jaren 30. Tin is tegenwoordig bijzonder impopulair, maar dat was vroeger anders. Het stempel onderop vertelt echter een klassiek koloniaal verhaal. De eilanden Banka en Biliton ten noorden van Sumatra waren destijds de belangrijste tinleveranciers ter wereld en er is daar bijzonder veel geld verdient. De Biliton maatschappij was ook een bekend begrip in Nederland.  Palembang was DE lokatie voor alle tin- en tabakshandelaren, en dus is dat de plek om een zaak te beginnen zoals Toko Brastagi. (genoemd naar een geliefd vakantieoord in de bergen boven Medan) De eilanden zijn inmiddels veranderd in woestijnen, en deze tabakspotten zijn nu voor een paar euro te koop op de rommelmarkt.